Bereid de weg van de Heer!
een gewetensonderzoek voor de Advent


Maak zijn paden recht! (Marcus 1,3)

Dit waren de woorden waarmee Johannes de Doper het volk Israël opriep hun harten te onderzoeken en zich van hun zonden te bekeren. Johannes wist dat de Messias eraan kwam en wilde dat iedereen er klaar voor was Hem in zijn of haar hart te ontvangen.

De hele Adventstijd is één lange oproep van Johannes de Doper: Jezus komt, maak je dus klaar voor Hem! Ga biechten zodat je afkomt van de zondige obstakels die je weerhouden van het ontvangen van Gods liefde!

Het volgende gewetensonderzoek is bedoeld als een hulpmiddel om u voor te bereiden op uw biecht, de viering van het sacrament van boete en verzoening. Neem wat tijd om over deze vragen na te denken en de heilige Geest te vragen met zijn licht in uw hart te schijnen. Laat Hij u tonen waar u bevrijding behoeft, zodat u met Kerstmis samen met de engelen kunt jubelen en juichen.

Welke zonden en zwakheden uw gewetensonderzoek ook onthult, vergeet niet: Als God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn? (Romeinen 8,31-32). Kom daarom tot Hem met geloof en hoop op verandering. Ga de uitdaging van de Advent aan, en laat de geboorte van Jezus helemaal tot zijn recht komen in u. 

 

Heer Jezus, U hebt ons getoond hoe we God kunnen liefhebben – “met heel uw hart en met heel uw ziel, met heel uw verstand en met heel uw kracht” (Marcus 12,30)
  • Hoe staat het met mij? Beantwoord ik Gods liefde voor mij? Of is er iets dat me weerhoudt – genoegens, bezittingen, eigenwijsheid, angst voor kritiek, luiheid of iets anders? Komt God op de eerste plaats in mijn leven of ben ik geneigd mijn eigen gang te gaan? Is Hij de Heer van mijn tijd, mijn geld en andere middelen?
  • Zoek ik God door trouw de Eucharistie te bezoeken, deel te nemen aan de sacramenten en regelmatig te bidden en in de Bijbel te lezen? Vier ik de zondag als een heilige dag? Eer ik God in mijn spreken? Of heb ik toegegeven aan vloeken, mopperen, roddelen, ruwe taal of scheldwoorden? Vertel ik anderen wat God voor mij heeft gedaan?
Jezus, van kribbe tot kruis was uw leven één stroom van liefde naar anderen toe. Nu roept U mij op mijn naaste lief te hebben als mezelf (Marcus 12,30)
  • Toon ik mijn liefde voor mensen door de manier waarop ik spreek en handel? Of koester ik wrok en boosheid in bepaalde relaties? Heb ik iemand gekwetst? Is er iemand die ik moet vergeven? 
  • Eerbiedig ik mijn ouders, leraren, werknemers, leidinggevenden en gezagsdragers? Lever ik mijn bijdrage aan de opbouw van een wereld waarin iedere mens wordt gewaardeerd en met evenveel respect behandeld? Dien ik de armen, de zieken en de mensen die lijden? Zoek ik de vrede – in mijn gezin, gemeenschap, parochie en op mijn werk? Probeer ik mijn geweten te vormen op basis van wat de Kerk leert? Bevorder ik de eerbied voor het leven, van het allerprilste begin tot de laatste ademtocht?
  • Ben ik zuiver geweest en trouw aan de beloften die ik voor God heb afgelegd? Heb ik pornografie gekeken of me overgegeven aan onrein gedrag? Heb ik mijn lichaam op de een of andere manier misbruikt? Heb ik het lichaam van anderen gerespecteerd?
  • Zijn er andere gebieden waar de Heilige Geest me leidt tot berouw en vernieuwing – zoals zonden van nalatigheid, afgunst of diefstal? Daden of beledigingen die ik heb toegedekt?