| De
Katechismus van de Katholieke Kerk
|
| Elk
jaar in deze tijd worden we aangemoedigd onze harten voor te bereiden op
Jezus' komst met Kerstmis. Het is een tijd om na te denken over de komst
van de eeuwige Zoon van God in ruimte en tijd. De Katechismus van de
Katholieke Kerk drukt het als volgt uit:
|
| 522 |
De
komst van de Zoon van God op aarde is een zo overweldigend gebeuren
dat God het gedurende eeuwen heeft willen voorbereiden. Riten en
offers, voorafbeeldingen en symbolen van het "eerste verbond"
(Heb. 9,15), Hij heeft ze alle laten samenkomen in Christus; Hij kondigt
Hem aan bij monde van de profeten die elkaar in Israël opvolgen. Hij
wekt bovendien in het hart van de heidenen de vage verwachting van deze
komst. |
| 523 |
De
heilige Johannes de Doper is de onmiddellijke voorloper van de Heer,
gezonden om voor Hem de weg te bereiden. Als "profeet van de
Allerhoogste" ( Lc. 1,76)
overtreft hij alle profeten, hij is de laatste van hen, hij staat aan
het begin van het evangelie, hij begroet de komst van Christus vanuit de
schoot van zijn moeder en hij vindt er zijn vreugde in "de vriend
van zijn bruidegom" (Joh. 3,29) te zijn die hij aanduidt als
"het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt" (Joh.
1,29). Aan Jezus voorafgaand "met de geest en de kracht van
Elia", (Lc. 1,17) legt hij getuigenis van Hem af door zijn
prediking, zijn doopsel van bekering en tenslotte zijn marteldood. |
| 524 |
Door
elk jaar de liturgie van de advent te vieren actualiseert de kerk deze
verwachting van de Messias: door deel te nemen aan de lange
voorbereiding van de eerste komst van de Verlosser hernieuwen de
gelovigen het vurig verlangen naar zijn tweede komst. Door de viering
van de geboorte en de marteldood van de voorloper sluit de kerk zich aan
bij zijn verlangen: "Hij moet groter worden, maar ik kleiner"
(Joh. 3,30).
|